Hoofdsponsor

Dirk de Waart

WILT U MET UW BEDRIJF OF MERK OOK PROMINENT IN BEELD?


Website mede mogelijk gemaakt door

WebWaterland.nl

Uit de oude doos: SDOB in Oudbroek.nl

10-1-2018

Historische Vereniging Oud Broek in Waterland, beter bekend als Oud Broek, zet zich op allerlei manieren in om onze dorpshistorie vast te leggen en ons historisch erfgoed te bewaren. Inmiddels zijn wij bij SDOB, met een geschiedenis van 90 jaar, zelf ook deel van dat erfgoed. Dit uiteraard met de kanttekening dat wij in de categorie 'springlevend erfgoed' vallen.

Dat weten onze vrienden van Oud Broek natuurlijk ook en het is dan ook niet vreemd dat wij af en toe onderwerp worden van onderzoek en publicaties. Zo ook in de december editie van OudBroek.nl, de periodiek uitkomende nieuwsbrief van Oud Broek. Hierin stond een erg leuk verhaal van Hanneke de Wit, dat we hier met dank aan Oud Broek in zijn geheel overnemen.

Oud Broek.nl, december 2017

Voetbalclub SDOB werd opgericht om ‘onze jongeren’ uit het café te houden. Maar na het spel en de koude wasbeurt, hadden ze juist behoefte aan warmte en gezelligheid. Trouwens, ook de avond ervóór smaakte een biertje best.

Een (te kort) veld vol greppels en een waterton als douche

“Je werd gekeurd door dokter Parrée,” vertelt Adrie Beunder. “Je moest een paar diepe kniebuigingen maken en je longen werden getest. Dat was het zo ongeveer – en als het in orde was, mocht je als aspirant naar SDOB, onze voetbalclub. Bijna alle jongens gingen ‘op voetbal’.”

Adrie Beunder (85) houdt zich al zijn leven lang bezig met de geschiedenis van Broek in Waterland. Hij heeft een enorm aantal boeken, foto’s, krantenknipsels en door hem gemaakte tekeningen en schilderijen. Het verhaal van SDOB bewaart hij in twee vuistdikke multo-mappen.

Adrie denkt dat hij een jaar of twaalf was, toen hij bij SDOB begon, op het veld achter de lagere school aan het Roomeinde. “Eerder was er al een clubje, VDW (Verenigd Door Wilskracht) dat aan het Zuideinde speelde, op de plaats waar nu twee-onder-een-kapwoningen staan.”

Die club was ter ziele toen in 1926 dominee Rensink werd beroepen in de Gereformeerde Kerk. Hij zag een mooie taak in het van de straat en uit het café houden van ‘onze jongeren’. Dat deed hij eerst door een knapenvereniging op te richten, die onder meer uit kamperen ging.

Op 1 maart 1928 volgde de oprichting van voetbalclub SDO: Samenspel Doet Overwinnen. De B kwam er later bij, toen bleek dat elders al een SDO actief was. SDOB, Sterk Door Onderling Begrip, heet de bijna negentig jaar oude vereniging sindsdien. In het begin speelden ze niet in de competitie, maar ‘wild’, d.w.z. vriendschappelijk.

Dat ‘vriendschappelijk’ was eigenlijk ver te zoeken, zegt Cor van Zanen in het jubileumboek uit 1988, toen SDOB zestig jaar bestond. Cor, geboren in 1915, herinnerde zich dat ze nog korte tijd aan Keerngouw speelden, voordat ze verhuisden naar het Roomeinde. Daar hebben ze het ruim dertig jaar uitgezongen, al was het veld te kort en lagen er greppels, die ze met takkenbossen moesten dichtgooien.

Cor, die aan De Erven woonde, zag er Chris Tinkelenberg, een van medeoprichters van SDOB, vaak aan het werk. “Lijnen trekken of iets dergelijks, dan ging ik hem vaak helpen.” De kleedkamers waren bij elkaar geraapte barakken die Chris wel drie keer heeft opgebouwd. Ze waren een keer omgewaaid en een keer in de brand gestoken.”

De voetballers wasten zich met water uit een ton, dat werd aangevoerd in melkbussen. Adrie Beunder heeft er eens een mooie tekening van gemaakt voor de achterpagina van het clubblad. We zien de jongens met tinnen kommen naar de ton rennen terwijl Jaap Kelderman er in zijn nakie in is geklommen. Kelderman, altijd ‘in’ voor een geintje, is later doelman bij Ajax geweest.



En het café waar dominee Rensink de jongens zo graag ver vandaan wilde houden? De jongens móesten er wel heen, om na die koude ton een beetje warm te worden. Cor: “Dan gingen we naar café Wiltenburg; daar was het goed toeven. We hadden ook vaak een feestavond. Voetbal had een centrale plaats in het dorpsgebeuren.” Ze kwamen in zijn jonge jaren ook wel in Concordia en bij Sijtje Visser, zegt Jaap Kouwenoord in het jubileumboek. “Trainer Piet Dil liet ons naar Monnickendam heen en weer lopen en daarna wat oefeningen doen in het café bij Sijtje Visser. Dat was ons clubhuis. En daarna? Ja, dat weet je wel.” Adrie: “Na Piet Dil hebben we een heel goede trainer gehad, Cor Schut. Met hem zijn we in 1960 kampioen in de derde klasse geworden.”

Meester Smit
“In het voorjaar van 1930 kwam meester Smit in het dorp als hoofdonderwijzer,” vertelt Adrie Beunder. Hij stortte zich fanatiek op het voetbal, werd al snel bestuurslid, en was later jarenlang voorzitter van SDOB. “Kijk, op alle foto’s van de voetballers zie je meester Smit staan, keurig in overjas en met hoed op.”

Meester Smit leidde de thuiswedstrijden en schoot de terreinhuur voor. Hij maakte de opstelling, die bij kapper Bonten (waar nu de OBM zit) op de boom werd geprikt. Tinkelenberg inde de contributie. De jongens waren best een beetje bang voor meester Smit, die de voetballers de avond voor de wedstrijd uit het café haalde.

Jaap Kouwenoord stond eens op zaterdagnacht ‘als een kachel bij Concordia voor’. “Meester Smit kwam langs en vroeg: moet dat jongmens morgen ook voetballen?” Na het bevestigende antwoord sprak hij dreigend: “Als u niet goed speelt, staat u er niet meer in.” Al zegt Jaap het zelf: hij speelde die zondag geweldig!

Peter v/d Klink, Mr. Smit, Henk Slegt, Jan van Gog, A.B. Reier Plas, Jan van Veldhoven, Jan van Riessen, Tom Spier, C. Slegt. Vooraan: Tom van Gog, Jaap van Rijn, Dick Kelderman, Jaap de Jongh

In de oorlogsjaren was het met het voetbal magertjes gesteld. “Je had geen schoenen meer en nauwelijks een bal, maar we gingen door,” zegt Adrie. In de veewagen van Jaap Prijs gingen ze naar de uitwedstrijden – Purmerland, Jisp, Zaanse Boys, Ilpendam. Kouwenoord: “Een paar banken erin en rijden maar. Meester Smit had een eigen fauteuil, een eigen positie.” Na de oorlog gingen ze met gewone auto’s of op de fiets.

Lieslaarzen

Intussen werd dat oude veld ‘al slechter en slechter’. Jan van der Snoek vertelde in 1988, dat ‘de toegang helemaal erbarmelijk was’. “Lieslaarzen moest je aan om droog over te komen. We begonnen dan ook te denken over een nieuw veld.”

De Provincie werd ingeschakeld; een afgevaardigde die in regen en storm kwam kijken, had het meteen gezien: dat veld was niks meer. Nu het gemeentebestuur nog. Van der Snoek: “De raad telde twee tegenstanders, maar die waren er nog niet toen tijdens de vergadering om vijf over acht het ja-woord onder de hamer werd geslagen. Pas toen kwamen de opponenten binnen. Ja, dat besturen in zo’n dorp, dat weet wat.”

In 1962 kreeg SDOB zijn nieuwe veld aan de Van Disweg, met een goede kleedruimte en kantine. De vereniging telde toen nauwelijks veertig leden; meestal waren twee senioren- en een juniorenteam actief. Tegenwoordig heeft de populaire voetbalvereniging 457 leden (131 senioren, 255 junioren en 71 leiders. Er spelen 29 teams waaronder twee meisjesteams).

Adrie Beunder heeft bijna tien jaar geleden, toen de club zijn tachtigjarig bestaan vierde, als veteraan op het oude veld gespeeld. “We moesten er met platte wagens heen, anders konden we er niet komen. Er was maar een half veld beschikbaar, met kleine doeltjes, het gras was niet gemaaid en er waren geen lijnen getrokken. In plaats daarvan lagen er rood-witte linten die aan je schoenen bleven hangen. Maar het was een geweldige dag.”

Hanneke de Wit